Caroline Heiremans & Steven Vandersnickt
Geassocieerde notarissen te Zele

33 Kan ik bij het huwelijk van mijn zoon meubelen en geld schenken?

Wanneer mijn zoon trouwt, kan ik hem dan zonder notariƫle akte op volkomen geldige wijze, een slaapkamer schenken, doch ook bv. 10.000 euro in bankbiljetten?

In beginsel kan u dergelijke goederen schenken via handgift en zijn hierop niet de minste overdrachtsrechten verschuldigd, op voorwaarde dat de schenker niet sterft vooraleer er drie jaar verlopen zijn nà de schenking.

Zo evenwel de ontvanger van de erfbelastingen bewijst dat de schenker binnen de drie jaar vóór zijn overlijden een grote som heeft geïnd van de verkoop van een onroerend goed bijvoorbeeld, en daarvan niets meer wordt aangegeven, in de successie-aangifte, dan zal de ontvanger vragen wat daarmee gebeurd is.

Met andere woorden:

  • ofwel moet u de wederbelegging bewijzen, bijvoorbeeld: aandelen gekocht, (doch die moeten dan als actief aangegeven worden!),
  • ofwel moet er verklaard worden dat die som gegeven is aan de zoon. In dat geval wordt die som volgens het successiewetboek geacht door de zoon verkregen te zijn 'als een bijzonder (fiscaal) legaat', en wordt hij daarop belast met erfbelastingen.

Indien het bewijs geleverd wordt dat een gift langer dan drie jaar geleden is, is er echter niets meer verschuldigd.

Hoewel de schenking van hand tot hand per definitie niet kan gebeuren bij een akte, doch door de overhandiging (traditio), is het nochtans aan te raden een stuk op te stellen dat kan dienen als bewijs dat dergelijke gift plaats heeft gehad, en dit om verschillende redenen:

  1. tegenover de andere erfgenamen kan de begiftigde er belang bij hebben te kunnen bewijzen dat hij die som of kast gekregen heeft, en niet geleend, of gestolen, of in bewaring heeft. (De schenker zal er dan niet meer zijn om hem ter hulp te komen.) De schenker maakt dus best een eenzijdig ondertekend briefje op, waarop hij erkent dat hij bij wijze van gift van hand tot hand een som van X euro in bankbiljetten of die kast, (voorafgaandelijk) geschonken heeft aan zijn zoon. Dit stuk kan de begiftigde bewaren om het zonodig als bewijs voor te leggen.(N.B. Indien beide ouders schenker zijn, zullen zij schrijven 'wij erkennen...')
  2. De begiftigde kan ook in een eenzijdig briefje erkennen dat hij dit of dat gekregen heeft van bijvoorbeeld zijn ouders. Dit stuk zal door de ouders dienen bewaard te worden. Waarom? Wel, het is best mogelijk dat de begiftigde sterft voor de schenker, en dat zijn afstammelingen niet weten dat hun vader reeds iets gekregen heeft, en denken dat ze misdeeld zijn. In zo'n geval kunnen de ouders (of de overlevende ouder) bewijzen dat die aanspraken niet opgaan.
  3. Het is mogelijk dat die schenking van hand tot hand gebeurde onder bepaalde voorwaarden, bijvoorbeeld: als voorschot op erfenis, of als niet aan te rekenen op het erfdeel van de begiftigde; of onder zekere lasten, bijvoorbeeld: ik schenk U mijn aandelen, op last voor U, uw broer de helft van de waarde ervan uit te betalen. (De schenking met last blijft een schenking zolang er nog een werkelijk voordeel overblijft voor de begiftigde.)
  4. Op fiscaal gebied kan het belangrijk zijn dat de begiftigde kan bewijzen dat hij die of die uitgave heeft gedaan met gekregen geld (i.z. directe belastingen).

Vooral met het oog op het vermijden van erfbelastingen is het van belang de datum van de schenking te kunnen bewijzen. Het is de fiscale administratie die het bestaan van de schenking binnen de 3 jaar voor het overlijden moet kunnen bewijzen. Zij kan dat echter doen met alle middelen, met inbegrip van getuigen en vermoedens. Met een geschrift zal de begiftigde steeds over een afdoend bewijs beschikken om het vermoeden van de fiscus te weerleggen.

Hoe kan men te werk gaan:

  1. De schenker schrijft het bedrag over op de bankrekening van de begiftigde, zonder enige vermelding.
  2. Daarna schrijft hij een brief naar de begiftigde dat de overgeschreven som gedaan werd ten titel van schenking, met de eventuele bijzondere voorwaarden die worden opgelegd, met het verzoek om deze voorwaarden samen met de schenking te aanvaarden.
  3. De begiftigde ontvangt de brief en neemt kennis van de schenking samen met de opgelegde voorwaarden. Hij antwoordt dat hij de schenking met de opgelegde voorwaarden aanvaardt.

Er kan ook een wederzijds geschrift worden opgesteld, maar men mag na de overhandiging of de overschrijving geen bijkomende voorwaarden meer opleggen.
Anderzijds moet vermeden worden dat er een overeenkomst wordt opgemaakt vooraleer de overhandiging of overschrijving heeft plaats gevonden, want dan is de schenking ontstaan door overeenkomst en dus nietig.

Het eenzijdig bewijs van de begiftigde met de aanvaarding ofwel het wederzijds geschrift kan dan later eventueel aangeboden worden aan de registratie om de heffing van het voordeeltarief aan het vast percentage van 3 % te bekomen. Als de schenker dan binnen de 3 jaar na de gift komt te sterven zijn er geen erfbelastingen meer te betalen.

Wil men de heffing vermijden en toch een registratie bekomen dan kan het éénzijdig geschrift van de schenker worden aangeboden, en betaalt men slechts € 50.
Overlijdt de schenker dan toch binnen de 3 jaar dan heeft de registratie uiteraard reeds weet van de datum van de schenking en wordt de geschonken som bij de nalatenschap gevoegd. Drie jaar na de registratie heeft men het absolute bewijs dat de schenking 3 jaar oud is. Alsdan heeft men geen 3 % rechten betaald en wordt ze ook niet toegevoegd bij de nalatenschap.

Naast de fiscale aspecten zijn er nog gevolgen van schenkingen op de verdeling van de nalatenschap van de schenker. Elke schenking wordt immers aangerekend, als een voorschot op het erfdeel van de begiftigde, om de uiteindelijke gelijkheid tussen de kinderen te bewaren. Wil men dat niet, dan zal men met de notaris nagaan in hoeverre dat kan.